
Exxon Mobil en Chevron hebben in het eerste kwartaal lagere winsten gerapporteerd, ondanks sterk gestegen olieprijzen door de oorlog met Iran. De verstoringen in de olieaanvoer en effecten van hedging drukten op de resultaten, al overtroffen beide bedrijven wel de verwachtingen van analisten. Beleggers reageerden terughoudend, waarbij de aandelen licht daalden.
De stijging van de olieprijs met circa 57% volgde op de escalatie van het conflict eind februari. Dat leidde tot de grootste verstoring van de olieaanvoer ooit.
In de onderstaande grafiek zien we het koersverloop van Exxon:
Timing-effecten en verstoringen drukken winst Exxon
Exxon zag de nettowinst met 45% dalen tot 4,2 miljard dollar, mede door zogenoemde timing-effecten rond hedges. Door herverdeling van 13 miljoen vaten olie werden opbrengsten later geboekt, wat leidde tot een tijdelijke negatieve impact van circa 4 miljard dollar.
Daarnaast nam het bedrijf een extra verlies van 700 miljoen dollar op afgesloten hedges.
CEO Darren Woods gaf aan dat circa 15% van de productie wordt geraakt door het conflict. Bij een volledige sluiting van de Straat van Hormuz zou de productie in het Midden-Oosten met 750.000 vaten per dag dalen.
Volgens Exxon zijn deze effecten tijdelijk en zullen winsten in latere kwartalen worden gerealiseerd.
Chevron minder blootgesteld, maar niet immuun
Chevron zag de winst met 36% dalen tot 2,2 miljard dollar, maar presteerde operationeel beter dan verwacht.
Het bedrijf is minder afhankelijk van het Midden-Oosten en heeft grotere activiteiten in Amerika, Azië en Afrika. CEO Mike Wirth benadrukte dat de impact van het conflict daardoor relatief beperkt blijft.
Toch boekte Chevron een last van 2,9 miljard dollar op financiële hedges en draaiden raffinageactiviteiten naar verlies door lagere marges en hogere transportkosten.
Bron: CNBC
Foto: iStock
