schroders Voor Schroders komt de link tussen monetaire beleid en de waarde van een munt steeds meer op de helling te staan. De reden is dat steeds meer marktparticipanten de impact van monetair beleid op economische groei en inflatie in vraag beginnen stellen. Monetair beleid drijft sinds het einde van het Bretton Woods systeem (begin de jaren ’70) de koers van munten. Toen begonnen centrale banken hun macht te testen en te experimenteren met de geldhoeveelheid, het zetten van rentedoelstellingen en het tussenkomen op de wisselmarkten om de economische groei en inflatie te beïnvloeden. En de link tussen de renteverschillen en valutabewegingen is de voorbije twee decennia vrij hoog geweest. Met als uitschieter de periode na de financiële crisis van 2008. Dit laatste is te zien in de grafiek hieronder toen de correlatie tussen rentebewegingen in de G10 en return op de wisselmarkten flink de hoogte in ging. schroders2

Schroders: efficiëntie daalt

Maar sinds begin februari 2015 is die correlatie flink teruggevallen. De bewegingen van valuta op de wisselmarkten hebben vandaag dus veel minder te maken met renteverschillen. Schroders is van oordeel dat de centrale banken uit de industriële landen tegen hun limieten aanzitten van hetgeen ze met monetair beleid kunnen bereiken (door de kortetermijnrente tot nul of zelfs tot onder nul te hebben geduwd) en dat zich dat stilaan begint te tonen op de wisselmarkten. Er zijn drie redenen hiervoor: 1) De kans is zeer groot dat de rentevoeten langer laag zullen worden gehouden; 2) Het gebruik van onconventioneel monetair beleid om munten te doen bewegen lijkt te mislukken; 3) Munten bewegen steeds minder op aanhoudende stimuleringsmaatregelen, ze doen daarenboven steeds meer het tegenovergestelde.

Conclusie

Voor Schroders betekent dit alles dat valuta steeds meer op hun fundamentals gaan bewegen. Landen of blokken met bijvoorbeeld een overschot op de handelsbalans zagen hun munt stijgen (EUR, JPY) hoewel hun respectievelijke centrale banken hun monetair beleid verder versoepeld hebben. Steeds meer munten van opkomende landen zagen eveneens hun munt in waarde toenemen omdat de groeivooruitzichten van de desbetreffende landen zijn verbeterd (de zaken zijn niet zo slechts als algemeen werd verwacht).